07-11-07

getuigenis van een levensdrama, vervolg.

Na mijn zweetdruppels die zich hebben gevormd op mijn voorhoofd lichtjes druppelend in mijn ogen weg geveegd te hebben met mijn stoffig doekje begeef ik mij richting rivier. Naarmate ik de rivier beter in mijn gezichtsveld heb merk ik op dat het toch eerder maar een vuil smerige hard stromende gevaarlijke draaikolkende rivier is, ze ziet helemaal bruin, bruin van het zand dat zich heeft gemengd met het water. Er steken een paar takken uit de rivier werend tegen de snelle stroming.
 
 
Ik zie een beetje verder stroom inwaarts richting zuiden -de felle verblindende hete zon in mijn ogen die ik een beetje afscherm met mijn hand om toch nog iets te kunnen zien- een jongen met een koe vlak langs de rivier. Zal ik eens gaan kijken dacht ik, ok ik ga er naartoe en laten we de zaak eens van naderbij bekijken. Tijdens mijn wandeling richting “jongetje met koe” wordt het mij alsmaar duidelijker wat het manneke aan het doen is, hij wil op een iets rustigere plaats, op een stukje uitham van de rivier, de koe te drinken geven.
 
 
Maar in de verte, ik ben er nog niet, zie ik de koe uitglijden in de modderige uitham van de rivier het jongetje meesleurend. De koe wordt meegezogen door de stroming maar blijft in een vrij diep gedeelte van de rivier klem hangen tussen dikke takken die uitsteken, onder deze takken schuilt ongetwijfeld een boom, kan niet anders. Intussen zijn mijn wandel stapjes veranderd in een looppas. Het manneke is intussen wat verder mee gevoerd met de stroming, maar ook hij bleef hangen aan een paar takken, wel wat verder verwijderd van de oever, maar goed, ik ben eerder bij hem dan bij de koe.
 
 
Het manneke moet ongeveer een jaar of 10 zijn, krampachtig zich vasthoudend aan de takken. Intussen snellen er uit het niets een paar graatmagere dorpelingen richting rivier. We kwamen praktisch tegelijkertijd ter plaatse aan. Verbaasd als ik was zie ik Iedereen naar de koe stormen. Met mijn gebaren probeerde ik duidelijk te maken dat er nog een kind in de rivier beetje terug om zijn leven aan het vechten is, maar vlug maken ze mij duidelijk dat ik beter hun eerst zou helpen om de koe uit zijn benarde situatie te halen.
 
 
We waren denkelijk nu met zo’n zeven man sterk om de koe uit alle macht uit het water te trekken. Een paar man aan de oever met wat touwen in de hand, de anderen in het water al trekkend en sleurend aan de koe om haar bevrijding te verzekeren. Mijn rugzak had ik reeds ontdaan van mijn rug en ben ook in het water gesprongen om te helpen. Af en toe gaat mijn zicht flitsend naar het manneke dat nu regelmatig kopke ondergaat vechtend voor zijn leven. Terwijl we de koe met alle macht trachten mee te sleuren op het droge geef ik nog een paar tekens met mijn gezicht al knikkend naar die mannen dat het kind zich in een enorme benarde situatie verkeerd, maar het mag niet baten.
 
 
Onder mijn ogen zie ik de verontwaardigde ogen van het manneke vechtend voor zijn leven, als maar meer verstrengelt tussen de takken, zijn laatste levenskracht verdwijnen tot hij tenslotte moet opgeven tegen de kracht van de rivier en voorgoed in het water opgezwolgen wordt. Totaal machteloos met een enorm schuldgevoel, onbegrip en verontwaardiging tegenover de dorpsbewoners onderga ik het feit. De koe is gered.
 
 
Eenmaal terug in het dorp met koe wilde ik toch weten wat hun bezielt om eerst de koe te redden in plaats van het manneke, zonder hulp kon ik het manneke niet redden, hij was te ver van de oever verwijderd. Bij de reddingsactie van de koe was de vader van het manneke zelf aanwezig, ook hij vond het jammer van het verlies van zijn zoontje, maar de koe was belangrijker. De hele gemeenschap heeft gewerkt om die koe aan te kunnen schaffen, het was de koe die de ploeg trok, het was de koe die melk gaf en in die zin ook een vorm van voedsel betekende. De koe was een verbetering, een vooruitgang voor de gemeenschap voor een beter leven, nee om te kunnen overleven waardoor uiteraard de koe zeer goed werd verzorgt met de middelen die ze hebben. Indien men eerst het kind had gered was men hun enige bron van inkomsten kwijt en een toekomst op een beter leven. wie gaat er de keuze bepalen op die momenten?

15:53 Gepost door watje in Algemeen | Permalink | Commentaren (12) | Tags: levensdrama |  Facebook |

06-11-07

getuigenis van een levensdrama

Wandelend begeef ik mij in een saai dor gloeiend heet landschap. Het lijkt dat dit oord verlaten is door god, geen water, geen plantengroei, geen schaduw, gewoon niks. Na enige tijd puffend, zwetend verlangend naar enige rust zie ik in de verte een wel zeer klein dorpje. Geen water zeg ik, op enige afstand van het dorpje zie ik een rivier stromen. Met mijn trekkersrugzak, korte broek, en daaronder mijn voeten beschermd met degelijke wandelschoenen nader ik het dorpje, jawadde, een dorpje? Een paar huizen, wabliefter, huizen? Nee een paar hutjes, schamele hutjes zijn het, bijeen geklopte planken in combinatie met golfplaten moeten de muren voorstellen, het dak met wat takken en diezelfde golfplaten,  deze villa's zijn zo rampzalig dat je het nog niet eens zult gebruiken voor uw eigen hond als hondenhok.

 

Aan de linker kant van het dorpje zie ik zo een oud ploegmachine dat reeds zo oud is dat tijdens mijn grootvaders jonge tijd het reeds als antiek werd bestempelt op een stukje rood-bruin gekleurd harde zanderige droog lapje grond waarvan je duidelijk kan zien dat men er met alle moeite van de wereld aan het pogen is de grond te bewerken om er toch maar iets te kunnen oogsten.

 

Er zit heel éénzaam een ouderling voor zijn hutje mij op te wachten bij het betreden van het dorpje, in het wit van zijn ogen zijn de aders rood gekleurd, zijn pupillen zijn glazerig, zoals de ogen van onze oude hond, zijn vel hangt een beetje boven zijn knoken te wiebelen, ik kan warempel elke knook zien, een zombie heeft meer vlees rond zijn knoken dan deze grijze ouderling. Hij gaf mij de hand, met enige twijfel heb ik hem dan maar geantwoord door vriendelijk een hand terug te geven, heel zachtjes drukte ik zijn hand, ik voelde elke knook en had schrik dat ik zijn hand gewoon ging verbrijzelen.

 

Was ik eventjes verschoten wanneer hij zijn leeftijd vertelde, hij was amper veertig jaar, een paar jaar jonger dan ik. Hij vertelde mij dat iedereen, of toch bijna iedereen het dorp uit is op zoek naar voedsel, drinkwater en weet ik veel welke redenen nog allemaal. Volgens ik hem heb kunnen verstaan leven ze hier met ongeveer vijftien gezinnen in deze gemeenschap waarvan elk gezin ongeveer een zevental kinderen heeft die per gezin allemaal samen hokken in elk van hun hutjes samen met de nog levende ouders en eventuele andere familieleden.

 

Na ons gesprek heft hij bevend en met veel moeite zijn rechterarm op met de wijsvinger richting rivier die zich aan de rechterkant begeeft van het dorpje. Een beetje verward ben ik maar ingegaan op zijn verzoek en vertrek richting rivier. Wat ik daar mee gemaakt heb is niet te beschrijven, ongelooflijk, maar dat is voor de volgende keer!

15:26 Gepost door watje in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) | Tags: levensdrama, hond, getuigenis |  Facebook |