06-11-07

getuigenis van een levensdrama

Wandelend begeef ik mij in een saai dor gloeiend heet landschap. Het lijkt dat dit oord verlaten is door god, geen water, geen plantengroei, geen schaduw, gewoon niks. Na enige tijd puffend, zwetend verlangend naar enige rust zie ik in de verte een wel zeer klein dorpje. Geen water zeg ik, op enige afstand van het dorpje zie ik een rivier stromen. Met mijn trekkersrugzak, korte broek, en daaronder mijn voeten beschermd met degelijke wandelschoenen nader ik het dorpje, jawadde, een dorpje? Een paar huizen, wabliefter, huizen? Nee een paar hutjes, schamele hutjes zijn het, bijeen geklopte planken in combinatie met golfplaten moeten de muren voorstellen, het dak met wat takken en diezelfde golfplaten,  deze villa's zijn zo rampzalig dat je het nog niet eens zult gebruiken voor uw eigen hond als hondenhok.

 

Aan de linker kant van het dorpje zie ik zo een oud ploegmachine dat reeds zo oud is dat tijdens mijn grootvaders jonge tijd het reeds als antiek werd bestempelt op een stukje rood-bruin gekleurd harde zanderige droog lapje grond waarvan je duidelijk kan zien dat men er met alle moeite van de wereld aan het pogen is de grond te bewerken om er toch maar iets te kunnen oogsten.

 

Er zit heel éénzaam een ouderling voor zijn hutje mij op te wachten bij het betreden van het dorpje, in het wit van zijn ogen zijn de aders rood gekleurd, zijn pupillen zijn glazerig, zoals de ogen van onze oude hond, zijn vel hangt een beetje boven zijn knoken te wiebelen, ik kan warempel elke knook zien, een zombie heeft meer vlees rond zijn knoken dan deze grijze ouderling. Hij gaf mij de hand, met enige twijfel heb ik hem dan maar geantwoord door vriendelijk een hand terug te geven, heel zachtjes drukte ik zijn hand, ik voelde elke knook en had schrik dat ik zijn hand gewoon ging verbrijzelen.

 

Was ik eventjes verschoten wanneer hij zijn leeftijd vertelde, hij was amper veertig jaar, een paar jaar jonger dan ik. Hij vertelde mij dat iedereen, of toch bijna iedereen het dorp uit is op zoek naar voedsel, drinkwater en weet ik veel welke redenen nog allemaal. Volgens ik hem heb kunnen verstaan leven ze hier met ongeveer vijftien gezinnen in deze gemeenschap waarvan elk gezin ongeveer een zevental kinderen heeft die per gezin allemaal samen hokken in elk van hun hutjes samen met de nog levende ouders en eventuele andere familieleden.

 

Na ons gesprek heft hij bevend en met veel moeite zijn rechterarm op met de wijsvinger richting rivier die zich aan de rechterkant begeeft van het dorpje. Een beetje verward ben ik maar ingegaan op zijn verzoek en vertrek richting rivier. Wat ik daar mee gemaakt heb is niet te beschrijven, ongelooflijk, maar dat is voor de volgende keer!

15:26 Gepost door watje in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) | Tags: levensdrama, hond, getuigenis |  Facebook |